TAALKUNDIGE SCHRIJFWIJZER

© Jeroen Wiedenhof 2002, 2008

Sinologisch Instituut, Universiteit Leiden


inhoud

1. Algemeen
2. Metataal
3. Citeren
4. Verwijzingen
5. Voorbeelden
6. Alinea's
7. Tot slot
8. Handige hulpjes


1. Algemeen

Een goed geschreven verhandeling maakt het de lezer zo gemakkelijk mogelijk. Elke bewering dient te worden toegelicht en elke conclusie moet stap voor stap zijn ingeleid. Of het nu om een werkstuk gaat of om een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift, je mag als schrijver nooit aannemen dat de lezer iets "toch wel weet", tenzij het over de meest alledaagse dingen gaat. Pas als alle technische termen, begrippen en afkortingen worden verklaard, laat je verhandeling zich als een zelfstandig stuk lezen. Een lezer die zich keer op keer afvraagt wat je nou eigenlijk bedoelt, zal het waarschijnlijk niet kunnen opbrengen om je stuk uit te lezen. De meeste aanwijzingen in deze handleiding zijn een uitvloeisel van het principe dat je het de lezer zo gemakkelijk mogelijk moet maken.

Een taalkundig werkstuk is vrijwel altijd een verslaglegging van wat je gedaan hebt. Niemand verwacht in een werkstuk miraculeuze oplossingen van bekende taalkundige problemen te vinden. In een verslag van wat je gedaan hebt hoort dan ook beslist het noemen van punten waar je wel over nagedacht hebt, maar waar je niet bent uitgekomen. Het formuleren van een niet opgelost probleem is geen schande, maar juist een grote verdienste. Ook het aanbrengen en het meer toegankelijk maken van nieuwe feiten gelden als bijdragen tot de wetenschap.

De kwaliteit van je verslaglegging staat of valt met de helderheid van het betoog. Probeer je bij het schrijven te verplaatsen in een geïnteresseerde maar onvoorbereide lezer, en vraag je voortdurend af of deze werkelijk uit jouw woorden zou begrijpen wat jij ermee bedoelt. Lees je eigen tekst goed na, maar doe dat nooit direct na het schrijven. Leg een voorlopige versie een paar uur of een dag opzij, en zo mogelijk nog langer. Daardoor kun je de tekst met een frisse, kritische blik bekijken. Wees vooral bedacht op formuleringen die tot onbedoelde interpretaties kunnen leiden.

Er bestaan allerlei boekjes over het schrijven van werkstukken en scripties. Ook zonder die door te werken kun je leren schrijven door te kijken hoe anderen het doen. Lees veel en kritisch. Je kunt bijvoorbeeld constateren dat veel stukken beginnen met een een probleemstelling en eindigen met een conclusie. Let bij het lezen van andermans artikelen op de eigenschappen die je bevallen of juist tegenvallen.

Uit het oogpunt van leesbaarheid is het goed om weinig of helemaal geen afkortingen en symbolen te gebruiken. Als ze onontbeerlijk zijn, verklaar ze dan direct bij het eerste gebruik, en voeg een alfabetische opgave van alle afkortingen en symbolen als bijlage aan je stuk toe.

Voetnoeten worden vaak te veel gebruikt. Een goed artikel kan het ook zonder voetnoten stellen. Voetnoten dienen niet om verklaringen toe te voegen, noch om literatuurverwijzingen op te geven. De verklaring van termen en uitgangspunten horen als basis van het betoog in de hoofdtekst thuis. Ook literatuurverwijzingen moeten in de hoofdtekst worden vermeld; zie daarvoor verder paragraaf 4.

Voetnoten worden alleen terecht gebruikt wanneer een mededeling echt buiten het betoog valt, maar toch voor de lezer interessant kan zijn. Bijvoorbeeld:
   
(1)

Overigens verdienen voetnoten (d.w.z. noten onderaan de bladzijde) de voorkeur boven eindnoten (d.w.z. noten volgend op de hoofdtekst) omdat ze de lezer geblader besparen.  


2. Metataal

Bij het schrijven over taal is de taal zowel het beschrijvende medium als het beschreven onderwerp. Anders gezegd: het beschrevene is taal, het beschrijvende is metataal, oftewel taal over taal. Om in een geschreven stuk taal en metataal uit elkaar te houden is een aantal conventies noodzakelijk.

Het is in de taalkundige literatuur algemeen gebruikelijk om beschreven vormen te cursiveren en gegeven betekenissen tussen aanhalingstekens te plaatsen. Ter onderscheiding van citaten in dubbele aanhalingstekens kunnen betekenissen met enkele aanhalingstekens worden getranscribeerd:
   
(2) Betekent fijn hier 'prettig' of 'dun'?
   
(3) In de uitdrukking external force is external 'extern' een bijvoeglijke bepaling bij force 'kracht'.

In handschrift en op typmachines zonder cursieve letter moet cursivering vervangen worden door onderstreping. Dit soort onderstreping is oorspronkelijk bedoeld als instructie aan de drukker om tekst cursief te zetten. (De onderstrepingen in deze handleiding zijn van een heel andere aard. Ze geven hyperlinks aan: plaatsen in de tekst die met een muis aanklikbaar zijn.)

Met vrijwel alle tekstverwerkers en printers is cursief afdrukken mogelijk. Een tip: sommige tekstverwerkers zijn standaard zo ingesteld dat onderstreping makkelijker is aan te brengen dan cursivering. Vaak heeft de gebruiker dan de mogelijkheid om functies zelf te definiëren, zodat cursivering toch met één toets of klik kan worden bewerkstelligd.

Wanneer besproken vormen in genummerde voorbeelden worden opgegeven, hoeven ze niet gecursiveerd te worden:
   
(4)

Vergelijk nu de volgende voorbeelden:

    (16) Ik loop op straat, komt er een vrachtwagen aan.

(17) Loop ik op straat, komt er een vrachtwagen aan.

Het cursief kan hier achterwege blijven omdat uit de nummering al duidelijk blijkt dat het gaat om besproken taalvormen.  

Zie voor meer details over het transcriberen van talige gegevens de Transcriptiewijzer.



3. Citeren

Gebruik dubbele aanhalingstekens bij het aanhalen van een tekst: 
   
(5)

Light (1977: 35) beweert dat "in instances where external forces are at work or permission is required, néng is mandatory and the potential is excluded". Als iemand een gebroken enkel heeft, zou daarom tiào bu guò qù 'er niet overheen kunnen springen' niet kunnen worden gebruikt. Maar hoe weten we of een gebroken enkel een "external force" is?

Vergelijk dit voorbeeld met voorbeeld (3), waar external force werd gecursiveerd omdat het ging om een gegeven vorm uit de Engelse taal. In voorbeeld (5) zijn de woorden "external force" aangehaald als tekst van een andere schrijver.

Vraag je ook af hoe zinvol het is om een tekst letterlijk aan te halen. De Nederlandse tekst van voorbeeld (5) ging over de vraag of "external force" een doorzichtige beschrijving was. Het had daar dan ook zin om de schrijver in het oorspronkelijke Engels te citeren. Toch komt het aanhalen van tekst in een andere taal de leesbaarheid van een stuk nooit ten goede. Probeer dit dan ook te voorkomen wanneer de specifieke woordkeus van die tekst er niet toe doet. Schrijf dus niet:
   
(6)

Chao (1968: 16) noemt verder als belangrijk kenmerk van geluidsopnamen van spontane conversatie "the inclusion of prosodic elements, which are rarely or very sketchily indicated in composed texts".

In dit geval voldoet een getrouwe weergave van de woorden van de schrijver:
   
(7)

Chao (1968: 16) noemt verder als belangrijk kenmerk van geluidsopnamen van spontane conversatie dat deze prosodische elementen bevatten, terwijl die in samengestelde teksten zelden of slechts in geringe mate worden aangegeven.

Sommige teksten lenen zich minder goed om aangehaald te worden dan andere:  
   
(8)

Lyons (1977: 503) beweert dat "Every statement that can be made by uttering a simple sentence expresses a proposition, which, if it is informative (cf. 2.1), provides the answer to either an explicit or an implicit question".

Je mag de woorden van een schrijver nooit veranderen. Wel kun je de voor jouw betoog irrelevante stukken of zinsdelen weglaten. Een eventuele toevoeging van jezelf moet altijd tussen vierkante haken worden gezet. Een weggelaten stuk wordt aangegeven door drie puntjes tussen vierkante haken: [...]. In voorbeeld (8) kan de hoofdletter E worden vervangen door een kleine letter. Bovendien doet de verwijzing naar paragraaf 2.1 niet ter zake. De tekst kan daarom als volgt worden aangehaald:
   
(9)

Lyons (1977: 503) beweert dat "[e]very statement that can be made by uttering a simple sentence expresses a proposition, which, if it is informative [...], provides the answer to either an explicit or an implicit question".

Langere citaten kunnen in een aparte alinea worden geplaatst, liefst ingesprongen en/of in een kleiner lettertype afgedrukt. Aanhalingstekens zijn in dat geval niet nodig. Een aanhaling in een aparte alinea wordt vaak door regels wit van de tekst erboven en eronder gescheiden:
   
(10)

Sapir (1949: 122-123) heeft dit soort inherente vergelijkingen als volgt beschreven: 

    Such contrasts as small and large, little and much, few and many, give us a deceptive feeling of absolute values within the field of quantity comparable to such qualitative differences as red and green within the field of color perception. This feeling is an illusion, however, which is largely due to the linguistic fact that the grading which is implicit in these terms is not formally indicated, whereas it is made explicit in such judgments as "There were fewer people there than here" or "He has more milk than I". [...] Many merely means any number, definite or indefinite, which is more than some other number taken as point of departure.

Zijn "point of departure" wordt opgemaakt uit de talige of niet-talige context.

Ook al mag een geciteerde tekst niet veranderd worden, met behulp van vierkante haken kunnen wel de nodige verklaringen aan een citaat worden toegevoegd:
   
(11)

Li (1981: 57) stelt dat "to use an RVC [resultative verb compound], the agent must have initiated the primary action referred to by the compound [d.w.z. de betekenis van het eerste element], while the use of néng 'can' only suggests the possibility of initiating the action"

In citaten mag alleen tekst worden toegevoegd die daar voor een goed begrip noodzakelijk is. Probeer zulke toevoegingen te vermijden als de verklaringen gewoon in de hoofdtekst kunnen staan.

Citeer precies en haal de geciteerde tekst niet uit zijn verband. Vermijd ook een betweterig gebruik van sic (Latijn voor 'zo [staat het er]'). Schrijf dus niet:
   
(12)

Volgens Ebeling (1978: 278) moet de zin he enjoys schooting [sic!] wild ducks als volgt worden geanalyseerd.

Zulke overduidelijke drukfouten kunnen meestal stilzwijgend verbeterd worden. Sic wordt alleen correct gebruikt voor het weergeven van een opmerkelijk feit of citaat, waarbij de lezer een drukfout zou kunnen vermoeden:
   
(13)

Zoals Ebeling (1978: 280) betoogt, gaat het in de zin bruine schoenen staat [sic] niet bij een blauw pak niet om de gepastheid van bruine schoenen, maar om de gepastheid van een situatie die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van bruine schoenen. 



4. Verwijzingen

Citeren zonder bladzijdeverwijzingen is uit den boze. In voorbeeld (13) zou een verwijzing naar "Ebeling (1978)" een enorme speurtocht betekenen voor wie het citaat wil nakijken. Zoals hierboven al werd gesteld (zie Algemeen) horen literatuurverwijzingen thuis in de hoofdtekst. Een vaak gebruikte vorm is: Auteur (jaartal: bladzijnummer), zoals in voorbeeld (13). Als een verwijzing binnen haakjes voorkomt, heeft het jaartal geen extra haakjes meer nodig:
   
(14)

In het Engels wordt dit soort woorden meestal aangeduid met de termen coverb (zoals bij DeFrancis 1976: 83) of preposition (bijvoorbeeld Norman 1988: 158).

De afkortingen verwijzen naar de literatuurlijst. Zo kunnen de gegevens van Norman (1988) uit voorbeeld (14) in de volgende literatuurlijst worden teruggevonden:
     
(15)

Iljic (1983) 

Robert Iljic, "Le marqueur laizhe". In: Cahiers de linguistique Asie orientale XI N° 2 (1983), pp. 65-102.
  Norman (1988)  Jerry Norman, Chinese. Oxford: Oxford University Press, 1988.
  Sapir (1978)  Edward Sapir, Language: An introduction to the study of speech. First published by Rupert Hart-Davis Ltd, 1963. Frogmore: Granada Publishing, 1978. 

Daarmee is een gangbare vorm van literatuuropgave gegeven. Voor een boek is de hier gebruikte formule: Voornaam/Voorletters, Achternaam, Titel (gecursiveerd). Plaats: Uitgever, jaartal. Deze opgave wordt in voorbeeld (15) voorafgegaan door de in de hoofdtekst gebruikte afkorting "Norman (1988)", maar die extra informatie is facultatief. Zolang je niet met redactionele richtlijnen van een uitgever te maken hebt, is de keuze voor een bepaalde formule van literatuuropgave niet van groot belang. Je moet natuurlijk wel zorgen voor de consequente toepassing van een eenmaal gekozen formule.

Hoofdtitels en ondertitels worden vaak door een dubbele punt van elkaar gescheiden. Ondertitels beginnen net als hoofdtitels met een hoofdletter.

In voorbeeld (15) is onder "Iljic (1983)" ook te zien dat de titel van een tijdschriftartikel tussen aanhalingstekens wordt geplaatst. De titel van het tijdschrift wordt gecursiveerd en eventueel voorafgegaan door de vermelding "In: ". Voor tijdschriften wordt veelal geen plaats van uitgave of naam van de uitgever in de literatuurlijst opgenomen. Wel dienen aflevering en jaargang van het tijdschrift te worden vermeld, en de bladzijden waarop het bewuste artikel te vinden is.

Als je in het Nederlands schrijft, kun je titels van boeken en tijdschriftartikelen in andere talen dan het Nederlands, Engels, Frans of Duits vertalen. De vertalingen staan, net als andere toevoegingen van de schrijver, tussen vierkante haken:

(16)



5. Voorbeelden

Het geven van genoeg voorbeelden is in een taalkundige verhandeling van cruciaal belang. Een enkel voorbeeld kan soms op een heel bondige wijze duidelijk maken wat een lang stuk tekst met moeite weet over te brengen. Met voorbeelden stimuleer je de lezer om mee te denken over het onderwerp en vergroot je de kans dat hij je tekst blijft volgen. Kortom, nur das Beispiel führt zum Licht, vieles Reden tut es nicht. Bij het noemen van vormen uit het Mandarijn of uit andere Chinese talen is het in een taalkundig artikel vrijwel altijd overbodig om de karakters op te nemen waarmee die vormen worden geschreven. Vaak werken Chinese karakters juist versluierend. Zo worden de Mandarijnse uitdrukkingen 'vervolgens' en 'ontvangen' met dezelfde karakters geschreven. In taalkundig opzicht is het juist van belang dat deze vormen niet identiek zijn.

In een taalkundige tekst is het een goede gewoonte om voorbeeldzinnen te glossen. Glossen betekent in taalkundig jargon: van woord tot woord, en soms van morfeem tot morfeem, van vertalingen voorzien. Elk van die "lokale" vertalingen is een glosse. Twee gegloste zinnen waren te zien in voorbeeld (1), dat hieronder herhaald wordt. In de eerste regel staan de Mandarijnse vormen, in de tweede regel de glossen, en in de derde regel de vertaling: 
 
(1)

Een glosse geeft een zo algemeen mogelijk toepasbare betekenis van een woord of morfeem. Het is de kunst om voor dezelfde woorden of morfemen steeds dezelfde glosse te geven, zodat iemand die de taal niet kent toch een goede indruk kan krijgen van wat er in die taal in een zin staat. Dus liever niet zo:
 
   
(17)
   
(18)

Als in voorbeeld (17) geglost wordt als 'er.zijn', moet het niet in (18) geglost worden met 'hebben'. Het gaat er in de glossen juist om te laten zien dat het Mandarijn in beide gevallen hetzelfde werkwoord gebruikt. Het verschil tussen 'hebben' en 'er zijn' is hier alleen relevant voor het Nederlands, dus pas voor de vertaling in de derde regel. Let ook op het puntje in "er.zijn", dat aangeeft dat beide woorden samen de glosse van yôu uitmaken.

Voor grammaticale functiewoorden bestaat de glosse meestal uit een afkorting die wordt uitgelegd in de lijst van afkortingen. In voorbeeld (1) wordt ma geglost met "VRG", als afkorting van vraag. In de uitleg moet dan staan dat ma een partikel is dat achter een zin wordt gevoegd om de zin vragend te maken. De glosse 'VRG' kan niet vervangen worden door 'vraag' omdat ma niet 'vraag' betekent. De glosse 'vraag' zou in het Mandarijn bij de vorm wènti horen. Ook in voorbeeld (18) wordt een afkorting als glosse gebruikt: "1E" betekent hier 'persoonlijk voornaamwoord, eerste persoon enkelvoud'. 


6. Alinea's

De twee meest gangbare manieren om alinea's in te delen zijn als volgt: 

   
Continentale alinea-indeling 
Ingesprongen alinea's zonder regels wit ertussen. N.B.: de eerste alinea wordt niet ingesprongen.
Angelsaksische alinea-indeling 
Alinea's gescheiden door een regel wit, maar zonder inspringingen.
   
 
Vermijd dus de volgende opmaak.
 
Verwarrende alinea-indeling 
Alinea's zonder regels wit ertussen, maar ook zonder inspringingen. Een te lange laatste regel maakt de alineascheiding onzichtbaar.
 



7. Tot slot

Wees kritisch over je eigen tekst en stel je voor wat iemand er uit zou kunnen begrijpen. Wek geen valse verwachtingen en stel de zaken niet mooier voor dan ze zijn. Schrijf precies op wat je gedaan hebt, en geef aan wat daaruit is gebleken. Laat voordat je de laatste fouten gaat verbeteren de tekst een tijdje met rust. Het is ook aan te raden om je tekst eens door een kritische (niet noodzakelijk taalkundig onderlegde) lezer na te laten kijken voor je hem definitief inlevert.


8. Handige hulpjes

transcriptiewijzer | software | terminologie | inleiding Chinese taalkunde



laatste wijziging 16 maart 2011

© Jeroen Wiedenhof 2002, 2008 / Eerdere versies van deze Taalkundige schrijfwijzer werden gepubliceerd onder de naam Aanwijzingen voor het schrijven van een taalkundig werkstuk.


home